Basis en voortgezet onderwijs

Het onderwijs wordt gereguleerd door tal van wetten. Een paar belangrijke wetten voor het basis en voortgezet onderwijs zijn: het recht op de vrijheid van onderwijs, verankerd in de Grondwet, de Leerplichtwet, de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de Expertisecentra (speciaal onderwijs). Verder zijn er wetten die het onderwijstoezicht en de medezeggenschap regelen.

Vrijheid van onderwijs: openbaar en bijzonder onderwijs

Op basis van artikel 23 uit de Grondwet geldt in Nederland de vrijheid van onderwijs. Dat wil zeggen dat iedereen vrij is om te kiezen om zijn of haar kind onderwijs te laten volgen op een openbare school of op een bijzondere school. Het openbaar onderwijs wordt georganiseerd door de gemeente en valt ook onder het bestuur van de gemeente waar de school is gevestigd. Bijzondere scholen ontstaan vanuit particulier initiatief en hebben een zelfstandig bestuur. Een bijzondere school is een school met een specifieke religieuze of pedagogische grondslag.

Wet op het primair onderwijs

In de wet op het primair onderwijs zijn de vormingsgebieden en kerndoelen van het reguliere basisonderwijs vastgesteld. Dat wil zeggen dat alle scholen verplicht zijn om leerlingen bepaalde kennis, inzichten en vaardigheden bij te brengen. Ook geldt er een verplicht aantal lesuren en zijn er vereisten met betrekking tot het onderwijspersoneel. Om zicht te hebben op de vorderingen van leerlingen wordt door de meeste scholen een leerlingvolgsysteem gebruikt. Dit systeem is vanaf het schooljaar 2012/2013 verplicht voor elke school. In dit systeem worden per leerling de resultaten opgeslagen van toetsen die de leerling vanaf groep 1 regelmatig aflegt. In groep 8 wordt een landelijke eindtoets afgenomen die onder andere bedoeld is als basis voor een advies voor het type voortgezet onderwijs dat de leerling kan gaan volgen.

Speciaal basisonderwijs

Kinderen met leermoeilijkheden en kinderen die extra zorg nodig hebben kunnen een indicatie krijgen voor het speciaal basisonderwijs. Het speciaal basisonderwijs valt onder het reguliere onderwijs. Op een school voor speciaal basisonderwijs krijgen zij extra aandacht, maar ze hoeven niet naar het speciaal onderwijs toe. Reguliere scholen en de scholen voor speciaal basisonderwijs werken samen om kinderen met leer- en opgroeimoeilijkheden op de basisschool voldoende zorg en begeleiding te geven. Dit heet 'Weer Samen Naar School'. De indicatie voor het speciaal basisonderwijs wordt afgegeven door de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) in uw regio.

Schoolkeuze

Elke school (zowel in het primair als het voortgezet onderwijs) is verplicht een schoolgids en een schoolplan te publiceren. Hierin staat informatie over de uitgangspunten en de organisatie van de school, zodat u kunt bepalen of de school bij u en uw kind past. Uw kind wordt echter niet automatisch toegelaten op de school van uw keuze. Een school kan uw kind weigeren. Dit kan gebeuren omdat u de godsdienstige of levensbeschouwelijke uitgangspunten van de school niet onderschrijft, omdat de school vol is of bijvoorbeeld omdat de school mensen uit de wijk waarin de school staat voorrang verleent.

Kosten

Zowel de openbare als de bijzondere scholen worden, mits zij aan de vereisten voldoen, door de overheid gefinancierd. Dit betekent dat u zowel voor het basisonderwijs als voor het voortgezet onderwijs geen lesgeld hoeft te betalen. Scholen mogen echter wel een vrijwillige ouderbijdrage vragen voor extra activiteiten die de school buiten het verplichte lesprogramma organiseert. De meeste scholen hanteren daarbij het draagkrachtprincipe. Dit betekent dat aan ouders met lage inkomens geen of slechts een gedeeltelijke ouderbijdrage gevraagd wordt. Sinds het schooljaar 2009/2010 worden ook in het voortgezet onderwijs de schoolboeken door de overheid betaalt. De school verstrekt de schoolboeken aan de leerlingen.

Wet op het voortgezet onderwijs

In de wet op het voortgezet onderwijs staan de 4 verschillende vormen van voortgezet onderwijs beschreven:

  1. praktijkonderwijs
  2. VMBO
  3. HAVO
  4. VWO

In de eerste twee jaar van het voortgezet onderwijs krijgen leerlingen op het VMBO, HAVO en VWO de 'basisvorming'; voor hen gelden dan dezelfde vormingsgebieden. Daarna splitsen de vormingsgebieden naar type voortgezet onderwijs. In de Wet op het voortgezet onderwijs staat verder het verplichte aantal lesuren, de vereisten aan het personeel en de exameneisen.

Speciaal onderwijs en Speciaal voortgezet onderwijs

Als het echt niet gaat binnen het reguliere onderwijs dan kan de leerling een indicatie krijgen voor het speciaal onderwijs. Het speciaal onderwijs is voor kinderen die ernstig ziek zijn of die een handicap hebben. De indicatie voor het speciaal onderwijs wordt afgegeven door de Commissie voor de Indicatiestelling (CvI). Voor hulp bij de aanvraag van een indicatie kunt u terecht bij het Regionale Expertisecentra (REC) bij u in de buurt.

Het speciaal onderwijs is onderverdeeld in 4 groepen:

  • Cluster 1: voor leerlingen die blind- of slechtziend zijn.
  • Cluster 2: voor dove en slechthorende kinderen, leerlingen met ernstige spraak/taalmoeilijkheden en leerlingen met een stoornis in het autistisch spectrum waarbij de focus ligt op communicatie.
  • Cluster 3: voor zeer moeilijk lerende kinderen, leerlingen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking, langdurig zieke leerlingen en voor leerlingen met epilepsie. Dit zijn ZMLK- , mytyl- en tyltyl scholen.
  • Cluster 4: voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen met psychiatrische stoornissen of ernstige gedragsproblemen, langdurig zieke leerlingen zonder een lichamelijke beperking. Dit zijn ZMOK-scholen en scholen verbonden aan een pedologisch instituut.

Na het speciaal onderwijs kunnen leerlingen doorstromen naar het Voortgezet speciaal onderwijs.

Leerlinggebonden financiering

Heeft uw kind een indicatie voor het speciaal onderwijs dan kunt u er toch voor kiezen om uw kind op een reguliere school te plaatsen. Als een reguliere school bereid is uw kind te plaatsen dan krijgt de school daarvoor extra financiering. Deze extra financiering heet leerlinggebonden financiering (LGF), ook wel 'het rugzakje' genoemd. De school kan hiermee extra personeel inzetten, een ambulante begeleider inschakelen vanuit het speciaal onderwijs en bijvoorbeeld bepaalde leermiddelen aanschaffen. De bedragen in de rugzak worden per handicap vastgesteld. De school stelt in overleg met de ouders een handelingsplan op. Daarin staan ook de afspraken over het gebruik van de rugzak. Elk schooljaar wordt het handelingsplan geëvalueerd en eventueel bijgesteld.

Passend Onderwijs

Al geruime tijd wordt gesproken over het wetsvoorstel Passend Onderwijs. Dit is geen nieuwe wet, maar een voorstel om de huidige onderwijswetten te wijzigen. Een belangrijke wijziging die men voorstelt, is dat scholen een zorgplicht krijgen om iedere leerling die zich aanmeldt te plaatsen op de eigen school of als dat passender is, op een andere school binnen een samenwerkingsverband. Alle scholen krijgen daarom de plicht om samen te werken in een regionaal samenwerkingsverband. Dit voorstel komt voort uit de wens om zoveel mogelijk leerlingen met een extra behoefte aan onderwijsondersteuning te behouden in het reguliere onderwijs en om te voorkomen dat leerlingen thuis komen te zitten, omdat ouders geen passende school kunnen vinden. Als deze wet van kracht wordt zal de leerlinggebonden financiering (ook wel 'het rugzakje' genoemd) vervallen.

Wet ondersteuning onderwijs zieke leerlingen

Is uw kind langdurig ziek of opgenomen in een ziekenhuis, dan komt het onderwijs aan uw kind op een laag pitje te staan. Het is belangrijk dat uw kind geen onnodige leerachterstand oploopt of zijn sociale contacten met klasgenoten verliest. Op grond van de Wet Ondersteuning Onderwijs Zieke leerlingen (WOOZ) blijft de school waar het kind staat ingeschreven verantwoordelijk voor het onderwijs. De school kan ondersteuning vragen van een consulent die werkzaam is bij een academisch ziekenhuis of bij de onderwijsbegeleidingsdienst. Ze zijn goed op de hoogte van de mogelijkheden om het onderwijs aan uw kind vorm te geven en kunnen de leerkracht ondersteunen en van informatie voorzien. Wilt u meer weten over onderwijsondersteuning aan zieke leerlingen dan kunt u de website van het landelijk netwerk Ziek Zijn en Onderwijs raadplegen.

Wet medezeggenschap op scholen

In de Wet medezeggenschap op scholen is geregeld dat scholen verplicht zijn een medezeggenschapsraad in te stellen die bestaat uit docenten en ouders, en op het voortgezet onderwijs ook uit leerlingen. De medezeggenschapsraad praat mee over zaken als het schoolplan, de indeling van de schooltijden en vakanties en de hoogte en de besteding van de ouderbijdrage. De raad moet afhankelijk van het onderwerp:

  1. door de directie geïnformeerd worden over een besluit
  2. door de directie om advies gevraagd worden over een besluit
  3. door de directie om instemming gevraagd worden over een besluit

Daarnaast mag de raad op eigen initiatief voorstellen doen aan de directie.

Wet op het onderwijstoezicht

Op basis van de Wet op het onderwijstoezicht controleert de onderwijsinspectie of scholen aan de vereisten van de Wet op het primair onderwijs / voortgezet onderwijs voldoen. Als de school tekort schiet plaatst de inspectie een school onder verscherpt toezicht. Op de website van de onderwijsinspectie kunt u de rapporten nalezen en het oordeel van de inspectie over de kwaliteit van een school opvragen.

Klachten over het onderwijs

Heeft u een klacht over de leraar of de school van uw kind dan kunt u die kenbaar maken bij de leraar waarover de klacht gaat of anders bij de schooldirecteur. Als een gesprek met de leraar niets oplost, kunt u de directeur van de school schriftelijk van uw klacht op de hoogte stellen. Vraag in uw brief meteen een gesprek aan om uw klacht mondeling te kunnen toelichten. U kunt dan alsnog in overleg naar een oplossing zoeken.

Als een gesprek met de leraar of de directeur geen oplossing biedt, dan kunt u op verschillende manieren verder gaan. U kunt uw klacht indienen bij het bevoegd gezag (bestuur) van de school of u kunt uw klacht indienen bij de klachtencommissie.

Klachtencommissie

Iedere school is verplicht een klachtencommissie in te stellen, waarbij in ieder geval de voorzitter onafhankelijk dient te zijn. Dit betekent dat de voorzitter niet lid mag zijn van het schoolbestuur of daarvoor werkzaam zijn. Bovendien mag de persoon waarover geklaagd wordt uiteraard geen deel uit maken van de klachtencommissie. Scholen kunnen zelf een klachtencommissie instellen of zich aansluiten bij een grote landelijke of regionale klachtencommissie. Het klachtenreglement met het adres van de klachtencommissie staat in de schoolgids of u kunt deze opvragen bij de school. Een klacht over de directeur zelf kan rechtstreeks naar de klachtencommissie worden gestuurd.

Als uw klacht bij de klachtencommissie ligt, zal er een hoorzitting worden georganiseerd. Als het advies van de klachtencommissie bekend is moet het schoolbestuur binnen vier weken schriftelijk reageren en laten weten wat ze met het advies van de klachtencommissie doet. Bijvoorbeeld door bepaalde maatregelen te nemen, zodat de klacht in de toekomst niet meer kan ontstaan.

Een school is niet verplicht het advies van de klachtencommissie over te nemen. Doet een school niet wat de klachtencommissie adviseert, dan kunt u een oordeel vragen aan de rechter. Betreft het een openbare school dan kunt u terecht bij de bestuursrechter. Betreft het een bijzondere school dan tekent u beroep aan bij de civiele rechter.

Tip! Neem iemand mee die u kan bijstaan en helpen tijdens een gesprek of tijdens de hoorzitting. Dat kan een goede bekende zijn, maar ook een jurist of en maatschappelijk werker.



Zoeken